Hoewel geen specialist op het gebied, ben ik af en toe betrokken bij trajecten op bovenstaand genoemd gebied. Primair ben ik een cliënten ondersteuner in de WMO, maar bij ontstentenis van ondersteuners voor zaken in jeugdzorg ben ik af en toe een praatpaal voor mensen, die voor ze een aanvraag indienen eerst even willen sparren. Dit noodzaakt te om toch wat dieper in de materie te duiken en proberen wat jurisprudentie boven water te krijgen. Hier en daar een workshop volgen helpt ook. Dit maakt je geen specialist, maar met “de ogen en oren open” vallen dan wel een aantal zaken op.
Alvorens er verder op in te gaan wil ik stellen, dat het grootste probleem in deze de centrale overheid is, die net zoals bij de WMO, e.e.a. over de schutting heeft gegooid naar de gemeente. Deze wisten op dat moment in de verste verte niet wat hun overkwam met als gevolg:
• Geen personeel genoeg
• Geen expertise genoeg bij de starten
Dit leidde vanaf het begin tot een overspannen arbeidsmarkt voor goede consultants om te indiceren. Om de nood te ledigen wordt dan vaak expertise ingehuurd of heel jonge onervaren mensen aangetrokken. Dit alles met de beste bedoelingen, maar grote risico’s inhoudend.
Het grootste risico is echter het ontbreken van de juiste kennis op juridisch gebied. Een gevolg van het toewijzen van de jeugdzorg aan de gemeente betekent ook, dat men in een groot aantal gevallen per definitie onderhevig is aan het bestuursrecht en niet het civiel recht. De kennis over het eerste is nogal eens niet aanwezig en wordt alles overgelaten aan de reeds aanwezige juridische medewerkers. Dit kan, met name voor gemeentes, een duur gevolg zijn, wat veel geld kan kosten.
Daarom de aanbeveling om zorg te dragen voor geschoolde medewerkers op het terrein van Bestuursrecht. Hierbij dient aangetekend te worden dat de klassieke universitaire opleiding bestuursrecht geen element bevat aangaande het jeugdrecht. Tot 1 januari 2015 was het jeugdrecht een “eigen” rechtsgebied.
Dan terug naar de gevolgen van een te kort aan ervaren medewerkers in een sociaal team op dit gebied. De risico’s met onervaren medewerking zijn door de gemeentes zelf te onderkennen en alleen te tackelen met een goed back-up procedure, waarin kwaliteit waarborgen zijn opgenomen. Gelukkig gebeurt dit meer en meer.
Veel moeilijker ligt het met tijdelijk inhuren van medewerkers van andere organisaties. Vaak zijn dit organisaties, die gespecialiseerd zijn in de andere kant van de jeugdzorg, namelijk zorg te dragen voor een veilig thuis van kinderen.
Dat betekent, dat ook primair met die ogen gekeken wordt naar een situatie en dat is iets heel anders dan lid van een sociaal team, waarin je op verzoek van de ouder samen probeert aan een hulp vraag te voldoen. Dat vereist een heel andere kijk en instelling en niet iedereen kan dat. Men blijft op de stoel zitten van de eigenlijke werkgever. Het risico is, dat ouders ongevraagd in het verdachten bankje komen. Het gevolg is ook een aarzeling bij ouders om met een hulpvraag te komen. Dit is waar ik dan tegen aanloop. Het vervelende is, dat slecht nieuws heel snel rondgaat. 50 maal iets goeds en 1 keer een minder goed traject en dat achtervolgt je. Dus moet je dat risico niet willen lopen.
Een tweede heel dun lijntje is, dat de gedetacheerde medewerkers zaken moet doen met collega’s, die nog in het moederbedrijf zitten. Blijft iedereen dan in de juiste rol en hoe verloopt de informatie-uitwisseling. Ook dit risico moet je niet willen lopen.
Een laatste valkuil, waar ik op wil wijzen is de diagnostisering. Bij hulp vragen in de jeugdzorg moet vaak een diagnose gesteld worden om te kunnen indiceren. Een diagnose mag alleen gesteld worden door een daartoe bevoegd iemand en dat betekent met een universitaire titel. De gemiddelde consultant is Hbo’er en mag dat niet. Er zijn mij gevallen bekend, waar dit wel gebeurd.
Tenslotte is het niet raadzaam om een diagnose te laten stellen door iemand, die ook betrokken is bij de hulpvraag, alleen al om elke schijn van partijdigheid te voorkomen. Het best huurt men de kennis extern in.
Ik ben overtuigd, dat indien men wat meer aandacht schenkt aan genoemde risico’s en mogelijke valuilen veel leed bij alle betrokkenen kan worden voorkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *