Als kind van de 50 en 60iger jaren komt het moment, dat ik mee mag maken, dat mijn kleinkinderen naar de middelbare school gaan. Dat leidt gelijk tot herinneringen mijn eigen belevenissen in die tijd. Volop in de provo tijd, iedereen droeg lang haar en de schooltas werd vervangen door de pukkel  etc.

Anders gezegd, we werden wat rebels. Voor die jaren luisterde je op school en deed je wat je gezegd werd. Het was de tijd van nog strafregels schrijven. Al heb ik dat nooit hoeven doen. De enige keer, dat ik daar mee thuis kwam, stapte mijn moeder op de fiets en ging naar school ( we hadden nog niet eens telefoon). Ze vroeg de hoofdmeester (geen directeur) te spreken en sprak de historische woorden: “dat kind van mij heeft zich op school volgens jullie misdragen en derhalve dien je hem daar ook te straffen en niet mij er mee opzadelen. Ik heb nog 4 kinderen om op te letten en het druk genoeg”.

Ik heb nooit meer strafregels hoeven schrijven. Op de  middelbare school bestond dat systeem van op school je straf uitzitten al. Als je wat had uitgevreten kreeg je strafcorvee. Dat moest dan op een vrije middag en of heel vroeg in de ochtend ( onder leiding van de conciërge). Omdat het een apart tijdstip was, hadden je ouders best door, dat je wat had uitgevreten.

Te laat op school, ook dat werd door de conciërge opgelost, geen directeur voor nodig. Alleen als het heel erg was, dan kon je een paar dagen geschorst worden en kreeg je een brief mee, waar je ouders een handtekening op moesten zetten. Het was zo eenvoudig allemaal.

Over eenvoudig oplossen gesproken. Ik ging in Assen op school en woonde in Beilen. In de zomer gingen we in grote groepen op de fiets (15 kilometer) naar school . In de winter gingen we met een scholieren abonnement per trein, waarbij het de kunst was zo lang mogelijk met een verlopen kaart te reizen. Op station Assen was een restauratie en o.l.v. de oudste leerlingen werden we bij sneeuw, daar heen gedirigeerd en dronken wat en kwamen dus te laat. Maar we gingen gezamenlijk naar school en zeiden dan……vertraging. Dat ging lang goed, tot op een morgen we weer als een stel ganzen de restauratie in marcheerden en daar zat de adjunct directeur een kopje koffie te  drinken. Wij marcheerden de andere deur uit , zo naar school. De adjunct heeft nooit wat gezegd en wij nooit meer koffie gedronken. Zo werd het eenvoudig opgelost. Aan dit alles moest ik denken, toen ik de eerste verhalen over de gele en rode kaarten van mij kleinzoon over de Heemlanden hoorde. Wat een systeem , mijn broek zakte er bijkans van af.

Voor elke scheet krijg je een kaart, waarbij rood betekent, dat je uit de klas wordt gestuurd. Gelijktijdig gaat het ook gemeld woorden in een computersysteem, zodat de ouders weten, dat dit is gebeurd. Een modern kiksysteem, walgelijk.

Maar het ergste is de veelheid van kaarten en waarvoor (6 man de klas uit omdat ze door elkaar heen praatten, terwijl de leraar wat wou zeggen). Hierdoor is het hele systeem gedevalueerd. Wat is een kaart dan waard, het is niet smart.

Gezien de hoeveelheid kaarten, kun je je ook afvragen in hoeverre het wat over de kwaliteit van docenten zegt en hun didactische vaardigheden. Als je meer dan X kaarten nodig hebt, dan ben je misschien niet geschikt. Richt je dan op dat probleem en hoe je daar wat aan kunt doen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *